'Voorbij de horizon'

Een serie van 9 lessen kunstgeschiedenis

 Afbeelding1

start donderdag 8 oktober 2020 09.30 - 11.30 uur

let op de startdatum is vanwege omstandigheden 1 week uitgesteld van 1 naar 8 oktober

Docenten Emmelie de Mol van Otterloo en Michiel Kersten

Kosten : € 139,-
incl. een kopje koffie tijdens de lessen.
In ‘Voorbij de horizon’ laten wij in chronologische volgorde in acht lezingen de opeenvolgende rages en modes zien die de confrontatie met de ‘ander’ (andere culturen) met Europa hebben opgeleverd. Deze ontdekking van ‘het andere’ is van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van de Europese kunst.

Inschrijven

Uiteraard houden wij ons aan de richtlijnen tegen de verspreiding van het Coronavirus en volgt u de aanwijzingen van ons personeel en in het gebouw op.

 'Voorbij de horizon'       Fascinatie voor ‘vreemde’ culturen in de westerse kunst

In deze reeks van acht lezingen treden wij in de voetsporen van de mensen – handelaren, diplomaten, soldaten, kunstenaars en vele anderen – uit West-Europa, die in periode 1500-1900 naar de Levant, Azië of Afrika reisden. Reeds in de Middeleeuwen werden er reizen naar het Verre Oosten ondernomen. De fameuze tocht van Marco Polo is daar een voorbeeld van. Verschillende motieven speelden een rol: religieuze, politieke en economische motieven maar ook – gestimuleerd door het humanisme – de behoefte om kennis te vergaren over de wereld.


Fascinatie voor het ‘andere’
‘De confrontatie met andere culturen had invloed op de West-Europese kunst, kunstnijverheid en mode. Westerlingen waren gefascineerd door de kwaliteit en schoonheid van oosterse voorwerpen. Er ontstond een levendige handel in gebruiksvoorwerpen en stoffen, die werden verzameld en zelfs nagebootst. Oosterse meubelstukken en serviesgoed kregen een vaste plaats in het interieur. Zeventiende-eeuwse kunstenaars dosten de figuren in hun Bijbelse verhalen uit in Oosterse stoffen om het ‘realistische’ gehalte te versterken. Vooral Rembrandt en zijn leerlingen verwerkte talloze oosterse en exotische stoffen in hun voorstellingen.


Inspiratie
In de achttiende eeuw zorgde de Europese handel met China voor een ware rage: men liet door kunstenaars en architecten hele kamers in Chinese stijl inrichten en de tuinen met pagodes verrijken. In het kielzog van de koloniale expansiedrift vanaf de late 18de eeuw, werd niet alleen meer kennis over de ‘andere’ wereld opgebouwd, maar vonden ook ( nieuwe en andere voorwerpen uit Azië, Afrika en zelfs Oceanië hun weg naar Europa, zoals maskers en religieuze voorwerpen die kunstenaars intrigeerden en – rond 1900 – een belangrijke bron van inspiratie vormden voor de vernieuwingen in de kunst.


Op reis
Kunstenaars waren niet alleen door de ‘vreemde’ voorwerpen gefascineerd, maar reisden in de 19de eeuw in steeds grotere aantallen naar de Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Hun geromantiseerde verbeeldingen vol stereotypen van de Islamitische wereld waren immens geliefd in Europa, getuige de duizenden schilderijen met oriëntaalse thema’s.


Wereldkunst en Europa
In ‘Voorbij de horizon’ laten wij in chronologische volgorde in acht lezingen de opeenvolgende rages en modes zien die de confrontatie met de ‘ander’ (andere culturen) met Europa hebben opgeleverd. Deze ontdekking van ‘het andere’ is van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van de Europese kunst.

 

Les 1. Zestiende en zeventiende eeuw – de Oriënt en het Verre Oosten
In de zeventiende eeuw ontstond een levendige handel met het Verre Oosten. Men importeerde in het westen goederen die men mooi vond en bewonderde, zoals porselein en kostbare stoffen. De Aziatische goederen kregen een plaats in de Hollandse interieurs en werden gebruikt in het huishouden. .
Les 2 Zeventiende eeuw – oosterse typen in de schilderkunst
Op schilderijen met bijbelse voorstellingen werden de historische figuren vaak in Oosterse kleding – of wat men daarvoor aanzag – afgebeeld. In de zeventiende eeuw lieten welgestelde burgers zich in Oosterse kostuums portretteren die van geïmporteerde stoffen waren gemaakt. Het portrait historié was populair bij de elite. De Oosterse kleding had ook invloed op de mode.
Les 3 Achttiende eeuw – Chinoiserie
In de 18de eeuw leidde de belangstelling voor de Chinese cultuur tot een ware rage in het Europese interieur: de Chinoiserie. In tal van paleizen werden vertrekken ingericht en gedecoreerd in namaak Chinese stijl. Op schilderijen, wanden en tapijten werd een sprookjeswereld gecreëerd, met pagodes, palmen, kamelen, exotische vogels en parasols. Zelfs in de architectuur van sommige gebouwen was de Chinese invloed te herkennen.
les 4 Achttiende eeuw – Turquerie
De kennismaking met de Turkse cultuur ontstond al in de zestiende eeuw. Het Ottomaanse Rijk aan de oostgrens van Europa was een belangrijke factor in de toenmalige machtspolitiek. Er werden gezantschappen naar het hof van de Sultan in Constantinopel gestuurd, waarvan in boek en prent verslag werd gedaan. Met name de kostuums van de Turkse bevolking oogstten bewondering. Turkse stoffen werden geïmporteerd en in welgestelde huishoudens gebruikt.
Les 5 Achttiende en negentiende eeuw – Egyptomanie (Empire)
De veroveringentochten en de koloniale expansiedrift van – vooral – Frankrijk en Engeland – veranderen vanaf het begin van de 19de eeuw het gezicht van de kunst. Napoleon spiegelde zijn visie van onmetelijk groot rijk graag aan het Romeinse keizerrijk van Julius Ceasar. Actief bevorderde hij kunst die hegemonie en grootsheid van Frankrijk en zijn rol daarin toonde: de empire-stijl, waarin Griekse, Romeinse én Egyptische motieven in de vorm en de decoratie van meubels, stoffen, mode en architectuur zijn verwerkt.
Les 6 Negentiende eeuw – Oriëntalisme
In 1830 van de negentiende eeuw begon Frankrijk een lange reeks bloedige veroveringsoorlogen die Algerije, toen nog onderdeel van het Ottomaanse rijk uiteindelijk onder Frans bestuur bracht. Franse kunstenaars konden nu met eigen ogen kennis nemen van een andere wereld, die hun ‘romantische’ dorst naar het vreemde en ongekende kon lessen. Hun voorstellingen van een schilderachtige en exotische Oriënt leveren een kaleidoscoop van de Europese stereotypering het leven in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. .
Les 7 Negentiende eeuw – Japonisme
In 1854 wordt het Nederlandse monopolie van de handel met Japan voor het eerst doorbroken. In de loop van het volgende decennium liet Japan zijn isolationistische beleid los en komt een intensieve handel met Europa opgang. Dit leidde als snel tot een grote belangstelling voor Japanse kunst en kunstnijverheid, maar ook voor stoffen. Deze belangstelling groeide in de jaren zeventig uit tot een grote rage. Er ontstonden zelfs warenhuizen gespecialiseerd in Japanse producten. Vooral in het werk van de impressionisten vinden wij deze invloed terug!
les 8 Negentiende eeuw en twintigste eeuw – ‘Primitivisme’
De ontdekkingsreizen en de koloniale expansiezucht van Europa bracht steeds meer kennis over de ‘primitieve’ wereld naar Europa. De groeiende belangstelling voor ‘de ander’ verklaart – ten dele – het ontstaan van talloze musea met etnografische voorwerpen uit de gehele wereld. Gelijktijdig bracht de industrialisering en mechanisatie bij velen een nostalgische verlangen opgang naar een onbezoedelde wereld waar mensen in harmonie met elkaar en de natuur leven. Dit verlangen kon de vorm aannemen van een idealisering van de ‘nobele wilde’ in verre streken, maar ook voor het leven en de volkskunst van gebieden waaraan de industrialisatie voorbij gegaan was. Een prachtig voorbeeld van dit verlangen is de kunstenaar Paul Gauguin.
Les 9: museum bezoek en rondleiding o.v.b. als corona regels van musea het toelaten. Reis en entree is niet inbegrepen bij cursus bedrag.
Tegenwoordig staat de wijze waarop de handel in die tijd tot stand kwam – veelal op basis van ongelijkheid en onderdrukking – een serieus punt van discussie. Ook het denken in stereotypen, dat inherent was aan de Eurocentrische blik van toen – is niet van deze tijd. Desondanks zijn wij van mening dat wij termen als ‘exotisch’, ‘vreemd’ en ‘uitheems’ niet kunnen vermijden. Zij worden binnen de context van de behandelde periode gebruikt. Nu de wereld tot in alle uithoeken bekend is en uitputtend beschreven en afgebeeld, is de sensatie die men vroeger onderging bij de confrontatie met ‘vreemde’ culturen bijna niet meer invoelbaar. Wij zullen proberen het enthousiasme en de nieuwsgierigheid over te brengen waarmee kunstenaars in het verleden naar die ‘vreemde’ culturen hebben gekeken en verwerkt.